Importeer media links, sleep ze naar de tijdlijn, knip/trim ze en exporteer als video. Hogere videosporen liggen bóvenop.
3-punts bewerken: dubbelklik een mediabestand → opent in de Bron -monitor. Markeer daar In/Uit (I/O), kies het doelspoor (⊙ in de spoorkop) en druk , (invoegen, ripple) of . (overschrijven). Graphic -knop: vormen, lower-thirds en aanpassingslagen (grade op alle lagen eronder). 📊 Scopes toont het RGB-histogram.
In het beeld: klik een clip, titel of vorm om hem te selecteren. Sleep om te verplaatsen, een hoek om te schalen en de greep boven het kader om te draaien (Shift = stappen van 15°, Alt = niet vastklikken).
Op een Mac: ⌘ Cmd in plaats van Ctrl en ⌥ Option in plaats van Alt, ook bij slepen en bij het wiel.
MP4 rendert frame-voor-frame (kan sneller of langzamer dan realtime zijn). Sluit dit tabblad niet tijdens het exporteren.
Het beeld waarin je monteert. Exporteren met de resolutie ‘Als project’ volgt deze maat.
Zet de instellingen van de gekopieerde clip op de gekozen clips. Keyframes gaan naar verhouding van de lengte mee.
Zet deze clip (muziek of sfeergeluid) vanzelf zachter zolang er op een ander spoor iets te horen is. Er komen volumekeyframes op de clip; bestaande volumekeyframes van deze clip worden vervangen.
Elke regel is een titel op het spoor Ondertitels: hij komt in het voorbeeld en de export. Kleur, grootte en plaats stel je in het paneel van een regel in. Tijden in seconden (12,5) of als 1:05,2.
Maakt de gekozen clips evenveel harder of zachter, met hun volumekeyframes. +6 dB is ongeveer twee keer zo hard, -6 dB half zo hard.